Het raadhuis-ensemble in Waalwijk wordt beschouwd als het levenswerk van de architect Alexander Jacobus Kropholler, vanwege zijn langdurige en intensieve betrokkenheid. Hij ontwierp het raadhuis-ensemble in verschillende fasen tussen 1929 en 1962. Samen met architectuurhistoricus Leon Sebregts werkte ik in opdracht van de gemeente Waalwijk aan een bouwhistorische verkenning van het raadhuis in Waalwijk. Met het oog op toekomstige ontwikkelingen onderzochten we de bouwgeschiedenis, beschreven we het exterieur en interieur en stelden we een interne waardestelling op. De beschrijving van het interieur had het karakter van een ruimteboek.

Naar aanleiding van dit onderzoek schreven Leon Sebregts en ik voor het tijdschrift De Architect een recensie over het door Civic Architects ontworpen Schoenenkwartier. Het Schoenenkwartier is gesitueerd in de westvleugel van het raadhuis-ensemble en in de daarachter gelegen uitbreiding uit de jaren tachtig. Hoe is Civic omgegaan met de dwingende erfenis van Kropholler en een bedompt jaren tachtig kantoor?

Bouw van het raadhuis in 1932. Bron: Beeldbank SALHA

Raadhuisplein, vlak na de oplevering. Bron: Beeldbank SALHA

Interieur centraal trappenhuis en raadzaal. Bron: Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

 

Opdrachtgever: gemeente Waalwijk
Product: Bouwhistorische verkenning met waardestelling en ruimteboek
Status gebouw: Rijksmonument
Periode: december 2021 – januari 2022

Ter voorbereiding op aankomende restauratiewerkzaamheden van Museum Kam in Nijmegen heeft Lotte Zaaijer in opdracht van en in nauwe samenwerking met TAK architecten een bouwhistorische verkenning en ruimteboek opgesteld.

Bouwgeschiedenis

Museum Kam ligt in de woonwijk Hunnerberg in Nijmegen-Oost. Het gebouw is tussen 1920 en 1922 gerealiseerd naar het ontwerp van de architect Oscar Leeuw, die een paar jaar eerder het ontwerp maakte voor concertgebouw De Vereeniging. In het exterieur en interieur van Museum Kam zijn vele verwijzingen naar de Romeinse bouwkunst aanwezig. Dit geeft uitdrukking aan de collectie die oorspronkelijk binnen te zien was: de archeologische privécollectie van Gerard M. Kam die gedomineerd werd door vondsten uit de Romeinse tijd.

De elementen uit de Romeinse bouwkunst zijn ingezet om een museale belevingswereld te creëren. Zo is een Ionisch kapiteel met Dorisch fries gecombineerd, wat ongebruikelijk is binnen de zuilenorden. De tongewelven hebben geen constructieve functie, maar zijn in hout uitgevoerd.

In het gebouw wordt de architectonische opzet bepaald door een atrium en centrale as. Om het atrium liggen tentoonstellingszalen waar een museale route doorheen leidt. In de tentoonstellingszalen zijn restanten van de oorspronkelijke vitrinekasten waarin ook radiatoren zijn geïntegreerd. De vitrinekasten staan op verhoogde vloervelden. Deze vloer is innovatief voor de bouwtijd. Het is een betonvloer met ingegoten stalen liggers waarin plaatselijk een verhoogd vloerveld of cassetteplafond is geïntegreerd.

Wijzigingen die later zijn aangebracht hebben met name betrekking op nieuwe inzichten op het gebied van het tentoonstellen van archeologische vondsten. De permanente vaste opstelling maakte plaats voor wisselende tentoonstellingen, delen van de collectie van Kam werden daarbij naar het depot verwezen. Sinds 1999 maakt Museum Kam onderdeel uit van ‘Museum Het Valkhof, kunst en archeologie’ en kreeg toen een nieuwe functie als provinciaal depot voor bodemvondsten en als studie-en informatiecentrum voor de archeologie in Gelderland.

Tentoonstellingszaal, 1922. Bron: collectie Museum Het Valkhof

Ruimteboek

In de bouwhistorische verkenning is het gebouw op hoofdlijnen geanalyseerd en gewaardeerd. Het ruimteboek gaat een stap verder. Hierin is verder ingezoomd op de onderdelen per ruimte. Het ruimteboek is bedoeld als een praktisch basisdocument voor tijdens het restauratieproces.

Opdrachtgever: TAK Architecten (www.takarchitecten.nl)
Status gebouw: Rijksmonument
Product: Bouwhistorische verkenning en ruimteboek
Periode: januari – maart 2019