Zuivelfabriek Eemlandia ligt aan de Veenestraat, een historische noord-zuidverbinding in Bunschoten. Het gebouw lag oorspronkelijk buiten de dorpskern, om hinder van de fabriek te voorkomen. Tegenwoordig ligt het midden in een woonwijk. In het kader van herbestemmingsplannen heeft Lotte Zaaijer een bouwhistorische verkenning met waardestelling uitgevoerd.

Bouwgeschiedenis

Het gebouw bestaat uit een langgerekte laagbouw en hogere bouwdelen tegen de achterste kopgevel. De laagbouw is gebouwd in 1918 en na een brand deels herbouwd in 1928. In de structuur is de oorspronkelijke ruimtelijke indeling en het oorspronkelijke gebruik van de melkfabriek nog afleesbaar. In de zuivelfabriek werd oorspronkelijk melkpoeder en boter bereid. De melk kwam binnen in het ontvangstlokaal dat herkenbaar is aan de verhoogde dubbele deuren, de melkpoeder en boter werden afgevoerd ter plaatse van dubbele deuren op maaiveldniveau. De ruimten waar de melkpoeder en boter werden bereid zijn herkenbaar aan de functionele interieurafwerking (baksteen verdiepingsvloer, tegelvloeren en -wanden). Andere elementen die kenmerkend zijn voor deze zuivelfabriek zijn de schoorsteen naast het ketelhuis en natuurlijk de naam ‘Eemlandia’ op de meest representatieve gevels.Tegen de achterste kopgevel zijn in 1928, 1938 en 1951 hogere bouwdelen gebouwd. De uitbreiding uit 1928 betrof een pakhuis, een uitbreiding van het buillokaal, waar zakken melkpoeder werd opgeslagen. De functie is herkenbaar aan de brede doorgang in de gevel en de bijbehorende katrol onder de nok. In 1938 werd de caseïnefabriek gebouwd. Eemlandia was de eerste, of een van de eerste fabrieken in Nederland, waar caseïne werd geproduceerd. Caseïne is een zuivelproduct dat uit ondermelk werd afgescheiden en gebruikt werd voor de textielindustrie. De caseïne werd door de “Snia-Viscosa” te Milaan verwerkt tot Lanital (melkwol).

Na de Tweede Wereldoorlog waren er grootse plannen om de melkpoeder­productie verder uit te breiden. Daarom werd in 1951 aan de noordwestzijde een verstuivingstoren (tbv productie melkpoeder) met pakhuis gebouwd. Vanwege de lage opbreng­sten van melk en boter werd in 1955 overgegaan op kaasproductie, maar deze afdeling heeft slechts acht jaar bestaan. In 1963 werd de productie van zuivelproducten in Eemlandia stilgelegd. Daarna hebben zich bedrijven in het gebouw gevestigd.

Opdrachtgever: ontwikkelaar
Product: Bouwhistorische verkenning
Status gebouw: Rijksmonument
Periode: april – mei 2019

De Maria Boodschapkerk is in 1939- 1940 gebouwd als tweede parochiekerk van Goirle. Tot 2010 heeft de kerk een religieuze functie gehad. In opdracht van HERMON Erfgoed – de huidige eigenaar – en in het kader van herbestemmingsplannen heeft Lotte Zaaijer een bouwhistorische verkenning uitgevoerd.

Bouwgeschiedenis

De kerk is ontworpen door de architect C.H. De Bever. De Maria Boodschapkerk is in traditionalistische stijl gebouwd met invloeden van de neogotiek. Kenmerkende elementen voor de traditionalistische stijl zijn de monumentale vormgeving, de toepassing van metselwerk, de tuitgevels met schouderstukken, de ezelsruggen en de relatief brede vensters. Kenmerkend voor de neogotiek zijn de hoge spitsboogvensters en de gemetselde gewelven in het interieur.

De Maria Boodschapkerk is tijdens de Tweede Wereldoorlog opgeleverd, het was in Goirle het laatste grote nieuwbouwproject voor de bouwstop. De kerk zou in twee fases uitgevoerd worden. De tweede fase is echter nooit gerealiseerd, de kerk heeft daarom nog steeds geen toren. In de tweede fase zou het middenschip in westelijke richting uitgebreid worden met twee traveeën, een toren, portaal, doopkapel en zangkoor. De westgevel met portaal was bedoeld als tijdelijke entreepartij, dit is afleesbaar in de detaillering.De kerk is opgezet als volkskerk. De volkskerk was een reactie op de neogotische kerkenbouw, hierbij staat een maximale betrokkenheid van de gelovigen bij de eredienst voorop. Het middenschip bestaat uit een brede middenbeuk en smalle zijbeuken. In de brede middenbeuk staan twee rijen met kerkbanken en de zijbeuken fungeren als gang. Vanaf iedere zitplaats is het altaar goed zichtbaar. Het altaar wordt extra geaccentueerd door daglicht. De biechtruimten zijn tegen de zijgevels, langs de gangen aangebracht.

Opdrachtgever: HERMON Erfgoed (www.hermonerfgoed.nl)
Product: Bouwhistorische verkenning
Status gebouw: Rijksmonument
Periode: maart 2019

Ter voorbereiding op aankomende restauratiewerkzaamheden van Museum Kam in Nijmegen heeft Lotte Zaaijer in opdracht van en in nauwe samenwerking met TAK architecten een bouwhistorische verkenning en ruimteboek opgesteld.

Bouwgeschiedenis

Museum Kam ligt in de woonwijk Hunnerberg in Nijmegen-Oost. Het gebouw is tussen 1920 en 1922 gerealiseerd naar het ontwerp van de architect Oscar Leeuw, die een paar jaar eerder het ontwerp maakte voor concertgebouw De Vereeniging. In het exterieur en interieur van Museum Kam zijn vele verwijzingen naar de Romeinse bouwkunst aanwezig. Dit geeft uitdrukking aan de collectie die oorspronkelijk binnen te zien was: de archeologische privécollectie van Gerard M. Kam die gedomineerd werd door vondsten uit de Romeinse tijd.

De elementen uit de Romeinse bouwkunst zijn echter niet zuiver toegepast. Ze zijn ingezet om een museale belevingswereld te creëren. Zo is een Ionisch kapiteel met Dorisch fries gecombineerd, wat ongebruikelijk is binnen de zuilenorden. De tongewelven hebben geen constructieve functie, maar zijn in hout uitgevoerd.

In het gebouw wordt de architectonische opzet bepaald door een atrium en centrale as. Om het atrium liggen tentoonstellingszalen waar een museale route doorheen leidt. In de tentoonstellingszalen zijn restanten van de oorspronkelijke vitrinekasten waarin ook radiatoren zijn geïntegreerd. De vitrinekasten staan op verhoogde vloervelden. Deze vloer is innovatief voor de bouwtijd. Het is een betonvloer met ingegoten stalen liggers waarin plaatselijk een verhoogd vloerveld of cassetteplafond is geïntegreerd.

Wijzigingen die later zijn aangebracht hebben met name betrekking op nieuwe inzichten op het gebied van het tentoonstellen van archeologische vondsten. De permanente vaste opstelling maakte plaats voor wisselende tentoonstellingen, delen van de collectie van Kam werden daarbij naar het depot verwezen. Sinds 1999 maakt Museum Kam onderdeel uit van ‘Museum Het Valkhof, kunst en archeologie’ en kreeg toen een nieuwe functie als provinciaal depot voor bodemvondsten en als studie-en informatiecentrum voor de archeologie in Gelderland.

Tentoonstellingszaal, 1922. Bron: collectie Museum Het Valkhof

Ruimteboek

In de bouwhistorische verkenning is het gebouw op hoofdlijnen geanalyseerd en gewaardeerd. Het ruimteboek gaat een stap verder. Hierin is verder ingezoomd op de onderdelen per ruimte. Het ruimteboek is bedoeld als een praktisch basisdocument voor tijdens het restauratieproces.

Opdrachtgever: TAK Architecten (www.takarchitecten.nl)
Status gebouw: Rijksmonument
Product: Bouwhistorische verkenning en ruimteboek
Periode: januari – maart 2019

Midden in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden staat de watertoren van Meerkerk. Wie regelmatig over de A12 rijdt kent hem zeker. In opdracht van de eigenaar van de watertoren in Meerkerk, IT bedrijf VPO, heeft Lotte Zaaijer een bouwhistorische verkenning uitgevoerd.

Bouwgeschiedenis

De watertoren is in 1935 gebouwd naar ontwerp van het Technisch Adviesbureau van de Vereniging van de Nederlandse Gemeenten om twintig gemeenten in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden van schoon drinkwater te voorzien. Tegelijk met de watertoren werden een pompstation in Lexmond en een ambtwoning naast de watertoren gebouwd en werd het waterleidingnet aangelegd. De watertoren was tot 2009 in bedrijf.

Een watertoren heeft als functie om voldoende druk te creëren in het wa­terleidingnet en om pieken en dalen in het waterverbruik op te vangen. In de watertoren is de oorspronkelijke functie nog goed afleesbaar, de buizen spelen daarin een essentiële rol. Vanuit de buizenkelder leiden de buizen naar boven, naar het reservoir op 38 meter hoogte. Onder het reservoir is een lekzolder, tussen het reservoir en de ommanteling is een inspectieruimte.

De watertoren van Meerkerk bestaat uit een betonnen schacht. Vanaf de begane grond is een spectaculair zicht in de open schacht tot aan de lekzolder, op 33 meter hoogte. De schacht is gebouwd door middel van glijbekisting. Glijbekisting was in de bouwtijd gebruikelijk voor hoge bouwwerken, het bespaarde stei­gerkosten. De torens die met deze techniek zijn uitgevoerd zijn herkenbaar aan de afdruk van de bekisting en aan de horizontale naden (fasering van de bekisting). In de top is een holbodem reservoir met een capaciteit van 560 m3.

Opdrachtgever: VPO/ Tribion (www.vpo.nl)
Product: Bouwhistorische verkenning
Status gebouw: Rijksmonument
Periode: maart 2019

De Kruisberg was tussen 1866 en 2015 een gevangeniscomplex in Doetinchem. Na 150 jaar gevangenisgebruik heeft het Rijk besloten deze locatie af te stoten. In het kader van de toekomstige verkoop en herontwikkeling van de Kruisberg wordt er een integraal bouw- en tuinhistorisch onderzoek verricht. Lotte Zaaijer maakt onderdeel uit van het onderzoeksteam.

Uniek aan deze gevangenis is dat het is gesitueerd op een oude buitenplaats. De buitenplaats is onder meer herkenbaar aan het landhuis, de omgrachting en bomenlanen op het terrein. Het complex is de afgelopen 150 jaar regelmatig verbouwd vanwege nieuwe inzichten en beleid binnen het gevangeniswezen. Met het onderzoek wordt de bouw- en tuinhistorische ontwikkeling inzichtelijk gemaakt.

Opdrachtgever: Rijksvastgoedbedrijf
Product: integraal cultuurhistorisch onderzoek
Status gebouwen: deels gemeentelijk monument
Periode: juni – december 2018

 

Lotte Zaaijer voerde een bouwhistorische verkenning uit met waardestelling voor een pakhuis met woning die langs de Oude Rijn in Woerden liggen. De verkenning is een vroeg stadium uitgevoerd, waardoor het voor de architect een handige informatie- en inspiratiebron was tijdens het ontwerpproces en voor de gemeente is het een bruikbaar toetsingskader.

Bouwhistorie

Tussen de Oude Rijn en Leidsestraatweg staat een woonhuis (19) met daarnaast een pakhuis met werkplaats (21). Oorspronkelijk hoorde ook nr. 23 bij het complex en was er aan weerszijde een steeg, een verbinding tussen de straat en het water. De panden dateren uit de derde kwart van de negentiende eeuw, uit het onderzoek bleek het rechter deel van het pakhuis ouder te zijn, mogelijk achttiende eeuws. De oudere kern is herkenbaar in de gebouwstructuur en de balklaag. De gevels van het woonhuis zijn vrij authentiek. De voor- en achtergevel van het pakhuis is in de loop der tijd flink verbouwd. Ze zijn nu voorzien van een wolfseind, oorspronkelijk was dit een tuitgevel met in de top een hijsluik. In 1947 is het rechter deel van de gevel flink aangepast en werden de huidige werkplaatsdeur en hijsluik aangebracht. Op de begane grond waren oorspronkelijk woningen en een werkplaats, de zolder werd gebruikt voor opslag. De kleurstelling op de balklaag boven de werkplaats maakt de voormalige ruimtelijke indeling afleesbaar.

Opdrachtgever: ontwikkelaar
Product: bouwhistorische verkenning
Periode: september 2018

 

Lotte Zaaijer werkte tussen december 2016 en maart 2018 als bouwhistoricus bij BAAC. Zij heeft daar circa 25 bouwhistorische verkenningen met waardenstelling uitgevoerd voor diverse typen gebouwen uit diverse perioden en door heel Nederland.

Werkgever: BAAC bv (www.baac.nl)
Periode: december 2016 – maart 2018

Lotte Zaaijer voerde een bouwhistorische verkenning met waardestelling uit voor het St. Agathaklooster in Lisse (rijksmonument), in opdracht van Hermon Erfgoed BV. Dit onderzoek maakt onderdeel uit van een haalbaarheidsonderzoek voor herbestemming.

Bouwhistorie

Het Gesticht St. Agatha is in 1902 gebouwd als klooster voor een groep Franciscanessen van het klooster St. Lucia uit Bennebroek. Zij gaven onderwijs op de naastgelegen meisjesschool (rechts), daarna ook op de naastgelegen St. Josephschool die in 1909 is gerealiseerd (links). Het pand is in opdracht van de St. Agatha parochie (bisdom Haarlem) waarschijnlijk ontworpen door de architect/ aannemer Jan Hubert (J.H.) van Groenendael (Nunhem 1863- 1919). Hij bouwde het pand in neo- gotische stijl.

St Agathaklooster na 1909

St. Agathaklooster met links de (gesloopte) St. Josephschool en rechts de (gesloopte) meisjesschool. Bron: beeldbanklisse.nl

Midden jaren 60 wordt het pand tweemaal heringedeeld. Meer ingrijpend is de aanpassing als gevolg van de aanleg van de Lindenlaan. In 1979 wordt de meisjesschool gesloopt, tot aan bestaande binnenmuren. Tegen de bestaande binnenmuren is een nieuwe muur gemetseld die een sobere variant is op de architectuur van de rest van het gebouw.

Ondanks de brandpreventie, waarvoor tussen 1980-1982 maatregelen zijn uitgevoerd, breekt op 13 december 1982 een grote brand uit die de kap grotendeels verwoest. In januari 1984 wordt door het kerkbestuur een bouwaanvraag ingediend voor het herstel van de (top) gevels en het dak. De toren wordt later in staal gereconstrueerd.

Transformatiekader

In de bouwhistorische waardestelling zijn de afzonderlijke bouwelementen (het materiaal) gewaardeerd, in het transformatiekader wordt de essentie van het gebouw benoemd vanuit architectuurhistorisch perspectief. Dat is het kader waarbinnen aanpassingen gedaan kunnen worden, met behoud van de logica van het oorspronkelijke ontwerp.

Transformatiekader St AgathaOpdrachtgever: Hermon Erfgoed BV (www.hermonerfgoed.nl)
Product: bouwhistorische verkenning
Periode: september- oktober 2015

Deze bouwhistorische verkenning is gedaan in het kader van verbouwplannen ten behoeve van het verhuurklaar maken van het winkelhuis aan de Zijlstraat 94 te Haarlem (gemeentelijk monument). Doel van het onderzoek was om de monumentwaarden van het gebouw en bouwelementen te bepalen. De opdracht is uitgevoerd door Lotte Zaaijer en Marieke van den Dungen.

Bouwhistorie

Zijlstraat 94 is een winkelpand dat bestaat uit twee lagen en een kap. Onder het pand is een kelder met tongewelf die mogelijk uit de 16de eeuw komt. Waarschijnlijk is daar in de 17e of 18e eeuw het huidige pand op gebouwd. De kapconstructie bestaat uit kromstijlgebinten en daarop schaargebinten en nokgebint (Oud-Hollandsspant). 

beeld Zijlstraat2a

Tekening en foto’s bij bouwhistorische beschrijving van de kelder.

In 1904 is het pand, naar ontwerp van de Haarlemse architect J.H. Welsenaar, verbouwd tot een modern winkelpand met etalage en een winkelentree. Boven de winkel is een bovenwoning. De nieuwe voorgevel is uitgevoerd in een neo-renaissancestijl. Naast het vernieuwen van de voorgevel ontwierp Welsenaar ook een nieuw interieur voor de winkel. Daarbij maakt hij gebruik van een galerij en een dubbel hoge winkelpui met twee boven elkaar geplaatste vensterreeksen, zodat ook deze bovenliggende verdieping van daglicht werd voorzien. Tijdens latere bouwfasen is het pand flink aangepast om de winkelruimte te optimaliseren. Het ontwerp van Welsenaar is met name nog herkenbaar in de voorgevel.

beeld Zijlstraat

Foto en bouwtekening uit 1904 van Zijlstraat 94 (bron: Noord Hollands Archief)

Waardestelling

De bouwfases uit de 16de eeuw, de 17de- 19de eeuw en 1904 zijn van cruciaal belang voor de betekenis van het object. Ze hebben betekenis vanwege de ouderdom en de betekenis als winkelhuis uit de vroege 20ste eeuw. Bouwelementen uit deze periode kregen een hoge monumentwaarde.

Opdrachtgever: makelaar
Product: bouwhistorisch onderzoek
Periode: februari 2016

Voor een voormalige pastorie in Son en Breugel (gemeentelijk monument) voerde Lotte Zaaijer een bouwhistorische verkenning met documentatie uit. Zij deed dit in opdracht van een particulier die het pand ingrijpend wilde verbouwen. Het doel van het onderzoek is om de huidige staat van het gebouw goed vast te leggen, zodat historische onderdelen, die verplaatst of gesloopt worden, eventueel ook weer teruggebracht zouden kunnen worden in de toekomst.

Bouwhistorie

In 1801 bouwt pastoor Smarius de pastorie op dezelfde plaats waar eerder een pastorie stond. Het is een eenlaags pand met een zadeldak. Uit de bouwtijd zijn de plattegrond, gemetselde binnen- en buitenmuren, houten balklagen, houten vloerdelen en resten van een Hollands spant in de kap. In de keuken is een oorspronkelijke brede hangboezem met daaronder een halfronde schouw. Waarschijnlijk heeft pastoor Verhoeven, die zijn werkzaamheden nauwkeurig heeft vastgelegd in een dagboek, tussen 1844 en 1860 de schouw laten verkleinen tot de halfronde schouw. Ook liet hij op zolder een huiskapel maken.

160117_StGenovevastraat_p33_Pagina_33

Documentatie van de keuken en huiskapel. Foto’s van de schouw.

Eind 19de eeuw wordt een nieuwe pastorie naast de kerk gebouwd. De oude pastorie is enkele jaren verhuurd geweest, maar de staat van het pand was zo slecht dat het kerkbestuur ervan af wilde en het in 1887 te koop aanbood. In 1900 koopt kleermaker Peter van den Boogaard het pand. Om het pand weer bewoonbaar te maken is in deze periode o.a. de kapconstructie vervangen en is de keuken gemoderniseerd.

In 1938 wordt tussen de voormalige pastorie en de bakkerij uit 1930 een winkel gebouwd. Een doorgang verbindt de pastorie en winkel. In 1978 verhuist de bakkerij naar de overkant van de straat, waarop de bakkerij uit 1930, de winkel en de daarachter gelegen aanbouw worden gesloopt. De doorgangen naar de aanbouwen worden gedicht.

Documentatie

Onderdeel van het onderzoek is de documentatie van bijzondere interieurelementen die gesloopt zullen worden. Bijzondere interieurelementen uit de bouwtijd zijn de schouwen in de keuken en achterkamer. Uit latere bouwperioden zijn de huiskapel op de verdieping, de cementtegelvloer in de keuken en een vermoedelijk voormalige bedstede in de opkamer. Deze zijn zorgvuldig gedocumenteerd in de vorm van foto’s, tekeningen, verkennend kleurhistorisch onderzoek en een nauwkeurige beschrijving.

160402_St Genovevastraat_p47

Documentatie van de keuken en huiskapel. Foto’s van de huiskapel.

Opdrachtgever: particulier
Product: bouwhistorisch onderzoek, documentatie
Periode: oktober – december 2015

Lotte Zaaijer voerde een bouwhistorische verkenning met waardestelling en transformatiekader uit voor Villa Kanjel in Maastricht (rijksmonument), in opdracht van Hermon Erfgoed BV. Dit onderzoek maakt onderdeel uit van een haalbaarheidsonderzoek voor herbestemming.

Bouwhistorie

Villa Kanjel is in 1860 in opdracht van de bekende aardewerkfabrikant Petrus Regout gebouwd als grand hotel (Petite Suisse), in 1880 is het ingrijpend verbouwd tot woonhuis naar het ontwerp van de Akense architect Wilhelm Wickop. Vanaf 1940 wordt het pand gebruikt als kraamkliniek en tot 2013 fungeerde het pand als behandelcentrum van de GGD. Het grand hotel uit 1860 is deels te herkennen in de structuur van het woonhuis, het woonhuis uit 1880 is goed bewaard gebleven (zowel exterieur als interieur).

petite suisse-1

Grand Hotel & Restaurant La Petite Suisse, uit ‘Album dédie à mes enfants et mes amis’ 1868 (bron: RACL)

Bij de verbouwing van grand hotel naar woonhuis hebben grote wijzigingen plaatsgevonden. Het middelste bouwdeel behoort tot de bouwmassa van het grand hotel. Ter plaatse van de rechter aanbouw stond een torentje, waarvan nog funderingsresten onder de vloer zijn teruggevonden. De linker aanbouw is waarschijnlijk geheel nieuw gebouwd op funderingsresten van het grand hotel. Een belangrijke wijziging is dat de hoofdentree is verplaatst van de voorzijde naar de achterzijde. Vanuit de entreehal is uitzicht op de tuin met een grote vijverpartij in het midden. Het tuinontwerp, naar ontwerp J. Gindra, hoort bij het grand hotel uit 1860. Dit is op hoofdlijnen bewaard gebleven.

villa kanjel_bouwfases

Bouwfasering Villa Kanjel en reconstructie plattegrond Grand Hotel Petite Suisse (1860)

Transformatiekader

In het transformatiekader zijn knelpunten benoemd daar waar het toekomstig gebruik en de bouwhistorische waarden kunnen gaan wringen. Ook zijn aanknopingspunten gegeven voor extra buitenruimte, energiebesparende maatregelen en mogelijkheden voor extra daglichttoetreding.

Opdrachtgever: Hermon Erfgoed BV (www.hermonerfgoed.nl)
Product: bouwhistorisch onderzoek
Periode: juni – aug 2015
Foto: Hermon Erfgoed BV

Boerderij Snellenburg in Benschop (rijksmonument) heeft een bijzonder verleden waarmee het zich onderscheidt ten opzichte van andere boerderijen. Lotte Zaaijer deed een uitgebreid onderzoek naar de bouwhistorie van het pand en in opdracht van Hylkema Consultants werkt zij samen met architect Marieke van den Dungen aan een haalbaarheidsonderzoek voor herbestemming.

Bouwhistorisch onderzoek

In het kader van de post-hbo opleiding Bouwhistorie, Restauratie en Monumentenzorg deed Lotte Zaaijer een jaar lang onderzoek naar boerderij Snellenburg. Rond 1700 is dit pand als landhuis gebouwd door de rijke bankiersfamilie De Milan Visconti, eind 19de eeuw werd het landhuis geveild en rigoureus verbouwd tot boerderij. Tijdens het bouwhistorisch onderzoek stond de vraag centraal: wat is er nog van het landhuis terug te vinden in de boerderij? Dat was verrassend veel! Italiaanse marmeren tegels op de deel, lambriseringen, rijk geprofileerde deuren, kozijnen, binnenluiken, etc. Het verleden als landhuis is beter afleesbaar in de boerderij dan in eerste instantie lijkt.

Snellenburg-09

Achtergevel Huis Snellenburg, 1830. Bron: fam. Verweij

Haalbaarheidsonderzoek

Het pand staat al enige tijd te koop, maar door de slechte bouwtechnische staat is het lastig om een particulier te vinden die het pand wil kopen. Er wordt daarom onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor herbestemming. Het bouwhistorische en bouwtechnische onderzoek waren reeds uitgevoerd. Dit onderzoek richt zich op de planologische kaders, de marktverkenning en het ontwikkelen van functionele en ruimtelijke concepten die financieel haalbaar zijn.

Storytelling

De boerderij lijkt op het eerste gezicht een gewone boerderij, maar het verhaal maakt de boerderij onderscheidend. Om dit verhaal meer bekendheid te geven en nieuwe gebruikers bij het pand te betrekken bazuinen we het verhaal graag rond. Tijdens Open Huizen Dag 2015 gaven we de hele dag rondleidingen, we maakten van het verhaal een tentoonstelling in het huis en naar aanleiding van een interview verscheen een artikel in de Telegraaf Utrecht (feb. 2015). In september 2015 gaf Lotte Zaaijer op het Bouwhistorisch Platform een presentatie over het bouwhistorisch onderzoek (bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort). Boerderij Snellenburg (pdf)

presentatie_snellenburg_bouwhistorie_01

Bouwfasering in boerderij Snellenburg

Opdrachtgever bouwhistorisch onderzoek: Hogeschool Utrecht
Opdrachtgever haalbaarheidsonderzoek: Hylkema Consultants
Periode: juni 2014 – aug 2015
Foto: Schep Makelaardij