De voorgevel van het pand Geldersekade 39 valt op door de onvolledige top. Aan de achterzijde bevindt zich een fraaie klokgevel. Stadsherstel Amsterdam heeft het pand aangewezen als jubileumpand, ter ere van hun 65 jarig bestaan, wil het restaureren en de top herstellen. In dat kader heeft Lotte Zaaijer in samenwerking met Jeroen van der Kuur een bouwhistorische verkenning en een verdiepend onderzoek uitgevoerd.

Het pand is in de tweede helft van de zeventiende eeuw gebouwd, als koopmanshuis. Het pand bestaat uit een voorhuis, kleine binnenplaats en achterhuis. Het achterhuis is door middel van een verbindingslid aan de linker zijde gekoppeld met het voorhuis. In het voorhuis en achterhuis is de zeventiende eeuw structuur behouden, maar de voor- en achtergevel van het voorhuis zijn eind negentiende eeuw volledig vernieuwd.

Gevel en doorsnedes van de huidige situatie. De tekeningen zijn gemaakt door de architect Frank V. Smit.

In de negentiende eeuw werd het pand een winkelhuis. De voorgevel is in 1892 voorzien van een nieuwe winkelpui en geveltop die vermoedelijk beiden zijn ontworpen door de aannemer/ timmerman J.J.P. Thüring. Waarschijnlijk dateert ook het metselwerk uit die periode, zo blijkt uit de baksteenformaten. In de achtergevel is de klokgevel opmerkelijk. Deze is vermoedelijk afkomstig van de voorgevel en in 1892 overgeplaatst naar de achtergevel: het past en zou logisch zijn, maar er blijven ook vragen. Het overige deel van de achtergevel is in die periode vermoedelijk ook vernieuwd, zo blijkt ook hier uit de baksteenformaten, waarbij hergebruikte kozijnen en ramen zijn toegepast.

De zoektocht naar de geveltop wordt door Stadsherstel Amsterdam beschreven in onderstaande berichten.

 

Opdrachtgever: Stadsherstel Amsterdam
Product: Bouwhistorische verkenning met waardestelling, aanvullend verdiepend onderzoek
Status gebouw: Rijksmonument
Periode: maart – oktober 2021

Huis Sandwijck, ook wel bekend als het ‘huis met de knalroze erkers’, ligt aan de Utrechtseweg in De Bilt. In opdracht van Stadsherstel Utrecht heeft Lotte Zaaijer een bouwhistorische verkenning uitgevoerd. Parallel aan dit onderzoek werkt Rosan Scheres (History by Design) aan een kleurhistorisch onderzoek om de oorspronkelijke kleurstelling te achterhalen.

Het huidige huis is in 1770 gebouwd in opdracht van Adriana en Paul Engelbert Voet van Winssen die de gronden in 1759 hadden verworven. De voorgevel is vormgegeven in de Lodewijk XVI-stijl en in de gevel zijn schuifvensters aanwezig met drie ruiten brede ramen.

Tien jaar nadat de parkaanleg is vernieuwd wordt in 1846 ook het landhuis flink verbouwd en aan de achterzijde uitgebreid ten behoeve van dienstvertrekken. Dit werd gedaan in opdracht van Elisabeth Petronella Both Hendriksen (1809-1880) en Christian Willem Johan baron van Boetzelaer (1806- 1872). In de achtergevel staat in een hardstenen pilaster: ‘jonkvr. W.E.C. van Boetzelaer, 19 aug 1846’. Dat moet de tweede dochter van de opdrachtgevers zijn, Wilhelmina Elisabeth Charlotta van Boetzelaer (1837- 1905) die in dat jaar 9 jaar is. Tijdens die verbouwing is ook de voorgevel vernieuwd, zijn de vensters vergroot en is de entreehal verfraaid.

In 1857 is de zijgevel doorgetrokken om de keuken te vergroten en een zij-ingang te realiseren. Omstreeks 1875 zijn tegen de westgevel een ijzeren serre en tegen de oostgevel de twee kenmerkende ijzeren veranda’s met terra cotta decoraties aangebracht. In diezelfde periode werd de hoofdingang naar de oostgevel verplaatst.

In 1916 werd de ijzeren veranda aan de westzijde vervangen door een houten serre, naar ontwerp van Jan Stuivinga (1881-1962). In 1926 is het interieur van de aan de serre grenzende woonkamer vergroot en vernieuwd, ook naar ontwerp van Stuivinga.

In 1963 werd huis Sandwijck verkocht aan de gemeente Utrecht en in 1967 aan Universiteit Utrecht. Het pand stond leeg, raakte in verval en vrijwel alles van waarde werd uit het huis ontvreemd. Er werd zelf een sloopvergunning aangevraagd, maar die ging niet door omdat het huis werd gekraakt. De krakers gingen zelf aan de slag om het leeggeroofde en vervallen pand te restaureren. In de periode 1989- 1991 is het pand grootschalig gerestaureerd waarbij binnen de bestaande structuur twintig wooneenheden zijn ingepast. In 2020 is huis Sandwijck gekocht door Stadsherstel Utrecht.

Opdrachtgever: Stadsherstel Utrecht
Product: Bouwhistorische verkenning met waardestelling
Status gebouw: Rijksmonument
Periode: maart – oktober 2021

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Vul het wachtwoord hieronder in om hem te kunnen bekijken:

De Ommedijker Hoeve ligt aan de Ommedijk, op een hoger gelegen deel in de Klaas Engelbrechtpolder (Midden-Delfland). In aanloop naar transformatieplannen is in opdracht van Converse Architects een bouwhistorische verkenning uitgevoerd. Restauratiearchitect Marieke van den Dungen deed de bouwtechnische opname.

De Ommedijker Hoeve is in 1902 als een beleggingsobject gerealiseerd in opdracht van de Fundatie van Renswoude te ’s Gravenhage. De boerderij is ontworpen door de architect M.A. de Zwart, het was toen vrij uitzonderlijk dat een boerderij door een architect werd ontworpen.

De boerderij is herkenbaar als weidebedrijf, met eigenschappen van een modelboerderij. Kenmerkend voor een weidebedrijf zijn onder meer de opdeling in een woon- werk- en stalgedeelte. In het werkgedeelte was een grote boenhoek in de buurt van een karnmolen en melkkelder. De melkkelder (type Deense kelder), de schouw met waterfornuis en oven en de dub­bele brandmuur zijn nog aanwezig. Aan de erfzijde is een kamer met erker, met zicht op het erf, waar het dagelijks leven plaatsvond.

De Fundatie van Renswoude was een kapitaalkrachtige opdrachtgever die streefde naar optimale oplossingen voor zijn investering. Dat is vermoedelijk de reden dat is gekozen voor troggewelfjes op een staalconstructie (brandveilig), tuinderslorrie in de voergang (efficiënte bedrijfsvoering) en een ventilatiesysteem met ventilatiekokers boven de stal en ventilatieope­ningen met schuifluikjes in de zijgevel.

Opdrachtgever: Converse Architects
Product: Bouwhistorische verkenning
Status gebouw: Rijksmonument
Periode: maart 2020

Aan de rand van Groot Schuylenburg liggen vier gebouwen die tot stand zijn gekomen als onderdeel van de joods psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch. In het kader van transformatieplannen is in samenwerking met Jojanneke Clarijs en in opdracht van Arcadis een bouwhistorische verkenning met waardestelling uitgevoerd voor de vier gebouwen: een keukengebouw, wasgebouw, directeursvilla en paviljoen. De eerste drie gebouwen dateren uit 1907 en zijn ontworpen door de architecten E.M. Rood en F.W.M. Poggenbeek, het paviljoen is in 1914/1915 gerealiseerd naar ontwerp van E.M. Rood.

Kenmerkend voor het keukengebouw is de symmetrische plattegrond, dit maakt afleesbaar dat dit gebouw is ontworpen voor de Joodse gemeenschap, er waren twee identieke afdelingen die strikt gescheiden waren, voor mannen en vrouwen en de bereiding van vlees en zuivel. Op de verdieping waren kamers voor het personeel.

Het keukengebouw, paviljoen en villa Ribes zijn uitgevoerd als meerlaagse gebouwen met homogeen gepleisterde gevels en accenten in rode verblendsteen (hoofdgebouwen). Het oudste deel van het wasgebouw is uitgevoerd als eenlaags gebouw met vakwerkgevels (bijgebouw, zoals ook de barak, werkplaats). Het wasgebouw werd in 1915 uitgebreid en opgewaardeerd met een tweelaags bouwdeel met homogeen gepleisterde gevels. Reden was waarschijnlijk de prominente ligging aan de Zutphensestraat.

Paviljoen Hannah was een zorggebouw met afzonderlijke patiëntenkamers voor de eerste klasse en kleine slaapzaaltjes voor de tweede klasse, deze indeling is grotendeels behouden. Oorspronkelijk waren ter plaatse van de kamers van de patiënten (zuidgevel) ramen met kleine ruiten toegepast, bij de overige vensters waren ramen met grotere ruiten aanwezig. Het verschil tussen de zuidgevel en overige gevels is op hoofdlijnen aanwezig.

 

Opdrachtgever: Arcadis
Product: Bouwhistorische verkenning
Status gebouw: Rijksmonument
Periode: november 2020

 

In opdracht van Stadsherstel Amsterdam heeft Lotte Zaaijer een bouwhistorische verkenning met waardestelling uitgevoerd voor Nieuwezijds Voorburgwal 282 in Amsterdam, nu bekend als het Betty Asfaltcomplex van Paul Haenen.

Twee smalle panden uit 1544-1598 vormen de oudste kern van het pand De Parcen (het rechter deel op het bovenstaande gevelaanzicht). In 1613 ontstond de huidige grondvorm van het voorhuis toen de twee panden naar achteren werden uitgebreid. Het pand is in 1727-1732 in Lodewijk XIV stijl gemoderniseerd in opdracht van het echtpaar Cornelis Backer en Margaretha Bicker. Het pand kreeg een nieuwe gevel, achterhuis, interieurindeling en interieurafwerking waarbij het stucwerk in de gang en houtsnijwerk van de trap werd gerealiseerd door de bekende beeldhouwer Ignatius van Logteren (1685-1732). In het stucwerk in de gang werd het familiewapen Bicker aangebracht. De twee dwarskappen werden vervangen door drie lage achter elkaar geplaatste langskappen.

In 1862 werd De Parcen verkocht aan de gemeente, in 1870 is het perceel samengevoegd met dat van De Regte Cromhout (het pand links van De Parcen). De Regte Cromhout werd na het samenvoegen vermoedelijk vrijwel volledig vernieuwd; de lijstgevel van De Parcen zal toen doorgetrokken zijn, maar aanvankelijk zonder eigen en­tree.

Tussen 1910 en 1957 vestigde de Prinsenschool zich in het pand, dit was een meisjesschool en op de bovenste verdieping woonde de directeur van de school. Deze herbestemming bracht een flinke verbouwing met zich mee. In 1963 werd het pand herbestemd tot theater en opnieuw werd het pand verbouwd, in opdracht van cabaretier Sieto Hoving van theater Tingel Tangel. Tijdens deze bouwfase werd onder meer in de voorgevel van De Regte Cromhout een entree aangebracht. In 1989 is het theater overgenomen door Paul Haenen en omgedoopt tot het Betty Asfalt Complex. In 2019 werd het pand verworven door Stadsherstel.

 

Opdrachtgever: Stadsherstel Amsterdam
Product: Bouwhistorische verkenning
Status gebouw: Rijksmonument
Periode: september 2020

 

De St. Martinuskerk ligt binnen de vesting van Zaltbommel. in het kader van transformatieplannen voor de kerk en naastgelegen pastorie is een bouwhistorische verkenning met waardestelling uitgevoerd, in opdracht van de St. Martinusparochie.

De oudste kern van de kerk dateert uit 1781. Dit was een schuilkerk die was gebouwd op een ter beschikking gesteld stuk grond, de huidige locatie aan de Oliestraat, van deze schuilkerk resteert alleen nog wat muurwerk. De pastorie stond aan de straatzijde, daarachter stond de kerk. In 1838 wordt de pastorie, die in een slechte staat verkeert en onbewoon­baar was verklaard, gesloopt en wordt de kerk naar voren uitgebreid. De nieuwe kerk betreft een waterstaatskerk, waarvan er tussen 1824 en 1875 velen zijn gebouwd. Deze is uitgevoerd onder verantwoor­delijkheid van H.F. Fijnje (ingenieur van Rijkswaterstaat) en naar ontwerp van E. Kroon (opzichter bij Rijkswaterstaat). De kerk werd voorzien van een imposante voorgevel met Neo-classicistische details en een klokkentoren. De pastorie wordt in de tuin ten noorden van de kerk herbouwd. In 1938-1939 is de kerk naar achteren uitgebreid, naar ontwerp van ir. J. Franssen uit Roermond (1893-1968). Daartoe is het achterste deel van de schuilkerk uit 1781 gesloopt.

In de kerk zijn de bouwfases van de waterstaatskerk en uitbreiding uit 1938 goed afleesbaar in de gevels, constructie en interieur. In de pastorie overheerst de Empire bouwstijl.

 

Links een detail van de waterstaatskerk: een deur met daarboven een beeldnis. Rechts de constructie van de blaasbalg die zich in de ruimte naast het orgel bevindt.

 

Opdrachtgever: St. Martinusparochie
Product: Bouwhistorische verkenning
Status gebouw: Rijksmonument
Periode: maart 2020

De rijksmonumentale boerderij Rust-hove krijgt een nieuwe bestemming. Gelegen in het karakteristieke veenweidegebied nabij Gouda wordt dit een nieuwe plek voor wonen, werken en recreëren. Om deze herbestemming mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. Maar voor het zover is, is eerst een herbestemmingsonderzoek uitgevoerd waarbij de kaders voor de planvorming in kaart zijn gebracht. Een cultuur- en bouwhistorische verkenning naar het erf en gebouwen maakte daar onderdeel van uit.

De boerderijbouw is vaak streekgebonden. De opzet van het erf van boerderij Rust-Hove is kenmerkend voor de Krimpenerwaard. Kenmerkend is de oprit die vanaf de dijk over het erf naar het achtergelegen gebied loopt. De hoofdboerderij ligt aan de dijk, waarbij het representatieve voorhuis (1753) op de straat is georiënteerd en het achterhuis (1924) op het erf en de weilanden. Tegen (de kaasmakerij in) het achterhuis is een boenstoep gebouwd, oorspronkelijk was deze aan het eind van een sloot gelegen. Hier werden materialen van de kaasmakerij schoongemaakt en melkbussen gekoeld. Direct achter het achterhuis staat een hooiberg, dichtbij de stalruimte. Langs de oprit staan bijgebouwen, met aan de straatzijde een wagenloods, daarachter varkensschuren met een uitloop aan de buitenzijde.

Marieke van den Dungen maakte een ontwerp voor het gehele erf, waarbij oud, nieuw, duurzaam en groen samenkomen in een nieuw plan. De opdrachtgever legt het herbestemmingsproces vast in deze inspirerende vlogreeks.

Opdrachtgever: Particulier
Product: Bouwhistorische verkenning
Status gebouw: Rijksmonument
Periode: maart 2020

De St. Augustinuskerk (rijksmonument) ligt in het centrum van Utrecht. In het kader van plannen voor toekomstige nevenfuncties is in opdracht van gemeente Utrecht een bouwhistorische verkenning met waarde­stelling en herbestemmingsprofiel opgesteld. In het herbestemmingsprofiel zijn op basis van kernwaarden de uitgangspunten voor transformatie benoemd. Hierin wordt aangegeven welke aanpassingen mogelijk zijn zonder dat de kernwaarden aangetast worden.

De kerk is in 1838-1840 gerealiseerd naar ontwerp van de architect K.G. Zocher in neoclassicistische stijl. Het is de eerste grote katholieke kerk die in Utrecht werd gebouwd na het herstel van de godsdienstvrijheid.

Een van de kernwaarden is de ligging als onderdeel van een historische gevelwand en de presentatie van het manifeste gevelfront richting de Oudegracht. De voorgevel markeert de bijzondere betekenis en functie van het kerkgebouw. De toren hoort bij de herkenningspunten in de binnenstad.

Een andere kernwaarde betreft de opzet als langgerekte eenbeukige zaalkerk met dubbel balkon (tribune en orgelbalkon). Vanuit het schip en vanaf de tribune is goed zicht op het priesterkoor. Met de tribune is de capaciteit van deze binnenstedelijke kerk geoptimaliseerd. Het orgelbalkon maakt onderdeel uit van de ‘orgelbiotoop’ (samen met het orgel, orgelkas, de achtergelegen ruimte voor de blaasbalg en  akoestiek in de zaal).

Een kernwaarde van het interieur is de wandopbouw met een sober vormgegeven basement (waardoor de aandacht gericht is op het priesterkoor en de kruiswegstaties), en de rijke interieurafwerking daarboven (met pilasters tussen de vensters en rijk gedecoreerd koepelgewelf).

Opdrachtgever: gemeente Utrecht
Product: Bouwhistorische verkenning met waardestelling en herbestemmingsprofiel
Status gebouw: Rijksmonument
Periode: sept. – dec. 2019

Fort Honswijk ligt langs de Lek en maakt onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In opdracht van COUP Group en in het kader van restaura­tie- transformatie- en verduurzamingsplannen is in samenwerking met Johan van der Gun deze bouwhistorische verkenning uitgevoerd. Doel van het onderzoek is om een beter inzicht te krijgen van de ontwikkelingsgeschiedenis van de gebouwen en van de waarden van de aanwezige bouwelementen. Op basis daarvan kunnen verantwoorde afwegingen worden gemaakt tijdens de planvorming.

Straat tussen de contrescarp (links) en de toren (rechts). Oorspronkelijk, voor de bouw van de contrescarp, was ter plaatse van deze straat een gracht rond de toren. De straat werd door soldaten de Kalverstraat genoemd.

 

In een aantal gebouwen bevinden zich muurtekeningen. Een aantal zijn door soldaten gemaakt tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog en een aantal door gevangenen in de periode na de Tweede Wereldoorlog.

 

Opdrachtgever: COUP Urban Producers (www.coup-group.com)
Product: Bouwhistorische verkenning
Status gebouw: Rijksmonument
Periode: juli- september 2019

De refectiekamer maakt onderdeel uit van de Fun­datie Maria van Pallaes in het centrum van Utrecht. De bouwhistorische verkenning is uitgevoerd in opdracht van het Utrechts Monumentenfonds en in het kader van aankomende restauratie- en herbestemmingsplannen. Tijdens het onderzoek zijn alle bouwelementen geanalyseerd, zoveel nauwkeurig mogelijk gedateerd en gewaardeerd.

De Fundatie bestaat uit een rij van twaalf zogenaamde vrijwoningen en een refectiekamer. Uit het ingesneden jaartal in het deurkalf boven elke voordeur van de woningen en uit het jaartal boven de deur van de refectiekamer werd de fundatie gesticht in 1651. De Fundatie is vernoemd naar de stichteres, de patriciër Maria van Pallaes (1587–1664). De refectiekamer op de begane grond was ooit bedoeld als vergaderruim­te en eetzaal voor de bestuurders van de fundatie. Hier werden ook de preuves (giften) aan de armen uitgereikt. Kort na de realisatie in 1651 wordt de refectiekamer al herbestemd tot woonhuis. In 1864 wordt de woning uitgebreid met een voor die tijd moderne tuinkamer. In 1978 kocht de gemeente de woningen aan de Agnietenstraat van de fundatie aan en gaf ze in 1979 in erfpacht uit aan de Stichting Het Utrechts Monumentenfonds. Het UMF liet het inmiddels vervallen complex, waaronder de refectiekamer, in 1984 restaureren.

Oorspronkelijke schouw in de refectiekamer.

Oorspronkelijke houten wand in de entreehal, met daarachter de trap naar de verdieping en de kelder.

Opdrachtgever: Utrechts Monumentenfonds (www.utrechtsmonumentenfonds.nl)
Product: Bouwhistorische verkenning
Status gebouw: Rijksmonument
Periode: juli 2019

Onderdeel van landgoed Kreil is een boerderijcomplex met een hoofdboerderij, een schoppe, een lijftochtwoning en een kuiper. Het complex heeft geen monumentenstatus, maar zeker wel cultuurhistorische waarde. Voor dit boerderijcomplex is het concept UITwerken bedacht. Dit concept wordt door middel van dit haalbaarheidsonderzoek verder uitgewerkt en op haalbaarheid getoetst. Hiervoor worden door Lotte Zaaijer en Marieke van den Dungen (1001 Ontwerpen) diverse onderzoeken uitgevoerd; zoals een bouw- en cultuurhistorische verkenning en een bouwtechnische inspectie. Daarnaast worden de gebouwen ingemeten en uitgetekend, zodat deze als onderlegger gebruikt kunnen worden voor het schetsontwerp. Het schetsontwerp wordt doorgerekend in een kostenraming.

Opdrachtgever: particulier eigenaar
Product: haalbaarheidsonderzoek
Status gebouw: geen monument
Periode: zomer 2019