Deze stolpboerderij ligt midden in de Schaalsmeer Polder in Oostknollendam. In het kader van een naderende verkoop hebben Lotte Zaaijer en Marieke van den Dungen in opdracht van Natuurmonumenten een cultuurhistorisch en bouwtechnisch onderzoek uitgevoerd en tekeningen gemaakt van de bestaande situatie.

Bouwgeschiedenis

Het boerderijcomplex Schaalsmeerdijk 3 is gesitueerd op een langgerekt perceel aan de noordzijde van de Schaalsmeerdijk. Het perceel ligt hoger dan de Schaalsmeer Polder, omdat het ouder is dan de polder. De boerderij is rond 1875-1879 gebouwd, de boerderijlocatie is echter ouder. De boerderij is met een vierkante grondvorm en een piramidevormig dak een zuiver voorbeeld van een stolpboerderij. De constructie en ruimtelijke indeling zijn vrijwel geheel authentiek: in het midden is de tas (opslag hooi) en daaromheen zijn de overige functies van het bedrijfs- en woongedeelte gesitueerd. De tas wordt gevormd door een constructieve kern van vier hoge gebintstijlen. Het woongedeelte is in 1956 gemoderniseerd.

De gemetselde gevels van het woongedeelte zijn in de tweede helft van de twintigste eeuw vervangen door spouwmuren, de houten gevels van het bedrijfsgedeelte zijn in die periode versteend.

Opdrachtgever: Natuurmonumenten
Product: Cultuurhistorisch en bouwtechnisch onderzoek
Periode: juli-augustus 2018

 

Voor gemeente Amersfoort voerde Lotte Zaaijer een cultuurhistorisch onderzoek uit naar de wederopbouwboerderijen in Hoogland-West. Veel boerderijen verliezen hun oorspronkelijke functie met transformatie of sloop als gevolg. Doel van het onderzoek was om inzicht te krijgen in de belangrijkste karakteristieken en de meest waardevolle wederopbouwboerderijen. Deze komen mogelijk in aanmerking voor de gemeentelijke monumentenlijst.

Grebbelinie

De geschiedenis van de wederopbouwboerderijen in Hoogland-West is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de Grebbelinie. De Grebbelinie fungeert al sinds de 18de eeuw als verdedigingswerk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de linie weer in gebruik genomen als onderdeel van het verdedingsplan tegen de Duitse bezetter. In mei 1940 zijn boerderijen en zelfs het Huis Coelhorst langs de Grebbelinie afgebroken om schootsveld te maken. De wederopbouw wordt na de capitulatie snel op gang gebracht. Al in juli 1940 werd Bureau Wederopbouw Boerderijen (BWB) opgericht.

150324_Hoogland

Wederopbouwboerderijen langs de Grebbelinie

Kenmerken wederopbouwboerderijen

De wederopbouwboerderijen in Hoogland-West zijn gebouwd tussen 1940 en 1941. De architecten H.A. Pothoven, Van der Leck en het architectenbureau Feenstra en Broekhuizen namen ieder een cluster boerderijen voor hun rekening. Algemene kenmerken van deze vroege wederopbouwboerderijen zijn: de gevelsteen met klimmende leeuw en het jaartal 1940, er is een streekeigen boerderijtypologie toegepast en aan de andere kant is gewerkt met de modernste materialen en producten. Veelgebruikte bouwmaterialen zijn de Schokbeton stalvensters, de holle rode bakstenen verdiepingsvloeren (oa. Steno, Riwa), de gevels zijn opgetrokken uit rode baksteen, de afgewolfde kap is gedekt met rode pannen. Hygiëne en brandveiligheid waren belangrijke thema’s bij de bouw van de wederopbouwboerderijen.

Presentatie

De bevindingen zijn verwerkt in een rapportage. Naar aanleiding van het onderzoek gaf Lotte Zaaijer een presentatie bij het Platform Agrarisch Erfgoed bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (nov. 2014). Wederopbouwboerderijen Hoogland-West (pdf)

Opdrachtgever: gemeente Amersfoort
Product: cultuurhistorisch onderzoek
Periode: zomer 2014

Lotte Zaaijer maakte een cultuurhistorische verkenning van de ontwikkelingsgeschiedenis van Landgoed Verwolde in Laren (Gld). De cultuurhistorische waarden van landgoed Verwolde zijn op verschillende schaalniveaus beschreven: het huis met de tuin, de historische buitenplaats en tot slot de voormalige heerlijkheid Verwolde. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van de opleiding Erfgoed & Ruimte.

Cultuurhistorische waarden

Ieder schaalniveau wordt gekenmerkt door andere cultuurhistorische elementen. De kleinste eenheid bestaat uit het huis Verwolde (1776) en de tuin (1800, 1926). Vanuit het huis zijn zichtlijnen richting het landschap en boerderijen in de omgeving. Het gebied dat door de zichtlijnen direct betrekking heeft op het Huis (de beschermde historische buitenplaats) is kleinschalig en divers: er zijn lanen, houtwallen, weiden met solitairen, onregelmatige verkaveling, doorzichten naar boerderijen, een eenheid in de architectuur van de bebouwing en markeringen van archeologische vindplaatsen. Ook rond de historische buitenplaats en binnen de contouren van het landgoed is een kleinschalig coulissen landschap met bossen en weilanden. Dit besloten landschap is een groot contrast met het landschap daarbuiten, binnen de grenzen van de voormalige gemeente Verwolde, waar de ruilverkaveling zijn sporen heeft achtergelaten: hier is een rationele verkaveling, lange rechte wegen (dijken) en grote boerderijen.

Verwolde_chw_02a

bijzondere cultuurhistorische elementen binnen de historische buitenplaats

Historische buitenplaats

In de periode 1875 – 1911, toen Mr. Allard Philip Reinier Carel baron van der Borch van Verwolde heer van Verwolde was, heeft het landschap een grote ontwikkeling doorgemaakt. Hij wilde niet alleen functionele en technische verbeteringen doorvoeren (heideontginningen, vergroten van het bosareaal, uitbreiding grondbezit, vervangen van oude boerderijen), maar ook de beleving van het landschap verbeteren (zichtlijnen, wandelingen). Een opvallend voorbeeld hiervan is dat de boerderij tegenover het huis Verwolde bij de herbouw een kleine 20 meter is verplaatst, precies op een zichtlijn.

Verwolde_chw_02

zichtlijnen en routes binnen de historische buitenplaats

cultuurhistorische waarden landgoed Verwolde (ISSUU)

Opdrachtgever: Hogeschool Utrecht
Product: cultuurhistorisch onderzoek
Periode: 2012

Lotte Zaaijer werkte in 2007-2008 bij het Ruimtelijk Planbureau (thans Planbureau voor de Leefomgeving). Zij is medeauteur van het rapport ‘Transformatie van woonwijken met behoud van de stedenbouwkundige identiteit’.

Op welke wijze kan transformatie van de fysieke structuur van woonwijken samengaan met een behoud, of zelfs versterking van de bestaande ruimtelijke identiteit?

In dit onderzoek is een benadering ontwikkeld, die beleidsmakers laat zien wat de aanpasbaarheid van verschillende wijktypen is, de identiteit op verschillende schaalniveaus is en wat de mogelijkheden zijn voor transformatie.